Het zwaargewichtig uitzien van een dichter

‘Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan!’

Geliefden,

In een ure van voorbereiding op de avond ter ere van Sint Nicolaas willen we stilstaan bij bovenstaand tekstwoord. De Sint mag de plaats zijner inwoning hebben in Hispanje. En hij heeft dan de leeftijd der zeer sterken bereikt, toch mag hij jaarlijks zijn intocht onder ons nog houden. We mochten het wel opmerken.

We lezen er in de tekst iets van hoe dit in de beleving van de dichter mag worden ervaren. Ons tekstwoord spreekt niet alleen van een boot die komt, maar er staat -zo heel opmerkelijk- ook een uitroepteken. Moderne verklaarders willen ons doen geloven dat dit uitroepteken later is toegevoegd. Maar dit moeten we op grond van onze vaderen afwijzen. Het uitroepteken duidt op de vreugde die uitgaat van de komst van Sint en zijn getrouwen.

Zoete banden
En nu is het zo onmisbaar nodig dat we een recht verstaan van dit feest mogen kennen. Kinderen, jeugd, kennen we de vreugde van deze dichter? Wordt er ook onder ons nog een verlangen gevonden dat Sint Nicolaas ook dit jaar zal aankomen? Is het, net als bij de dichter, al je uitzien dat de boot weerom komt? Zijn er die zoete banden die je binden aan die heerlijke plaatsen waar de taai-taai en pepernoten rijkelijk uitgestald liggen? Mag het ook van jou gezegd worden: “Hij brengt een zak vol lekkers mee?” Och, laat toch je plaats in de Albert Heijn en de JUMBO niet leeg. Het zal toch niet zo zijn dat je overal komt, ginds en weder wordt gedreven voor je vermaak, maar dat je deze plaatsen van heerlijk zoet vermaak achteloos voorbij loopt; al ging het je niets aan? 

Ouderen, hoe is dat bij ons? Kennen we nog van die zoete uurtjes van korte duurtjes waarop we heerlijk mogen snaaien uit des Sinten zak? U zegt: “Dat zijn geen kleine zaken”. Ach, dat is waar. In deze tijd zijn er velen die zichzelf te snel en teveel van deze goederen toe-eigenen. Zij willen het ondergewicht op het lichtste helen. Doe er toch niet aan mee. Dan zal een gerommel uit uw ingewanden weerklinken en gaat er een onwelriekende reuke van u uit. Dan zullen de Pieten u onder de roede doen doorgaan.

Dat zijn geen kleine zaken

Hartelijk betrapt
En toch. Toch is er een volk dat deze (z)uurtjes maar moeilijk kan missen. Van het eten wordt een mens niet geringer en van het inhouden niet omvangrijker. Van zichzelf kunnen ze nog over geen pepernootje heenstappen. En eenmaal genoten is de zak zo weer toegesloten. Maar dan moet er toch een ogenblik in hun leven gaan komen dat ze het niet langer uithouden zonder snoep. Misschien hebben ze er zelf geen zicht op (of willen ze niet in de spiegel kijken). Maar het is hen er toch om te doen geworden om zich, al is het beschroomd, te spijzigen en te laven met zoetigheden. Nee, van zichzelf zullen ze dat niet zeggen. Maar als je zo één nu eens hartelijk mag betrappen in de keuken, dan kan zo’n volk toch niet ontkennen wat er in hun mond geweest is.

Ze zagen al een jaar uit naar de komst van de Sint. Hij kwam op de tijd door hem verkoren. En daar begon hij zijn heerlijk werk. Zijn getrouwe dienstknechten beklommen de daken en brachten geschenken door de schoorstenen. En de volgende dag bij het ontwaken, och heerlijke waarheid, daar stonden de schoenen overvloedig uitpuilend van heerlijke geschenken. Ach, op zo’n ogenblikje mag dat martelende wachten, dat smachtende uitzien wel eens een klein weinigje voorbij zijn. 

De pepernoten op het rijkst uitgestald
Weten we -ouders- nog hoe blij onze kinderen vorig jaar waren? Daar droop het al van chocolade en nogablokken, taai-taai en schuimpkens. En dat was nog niet het belangrijkste. Al die dingen waren op zichzelf wel goed en mooi; maar het allergrootste en rijkste waren toch wel de pepernoten geweest. Zoals onze ouden vroeger wel zeiden: ‘als Sint is in het kikkerland, dan zal hij niet en halve vullen der kinderen hand.’ En zo is het hoor geliefden, de Pieten doen geen half werk.

Maar de zoetigheden zijn geweest en nu is het weer zo stil geworden. Er is schier een jaar verlopen en ze moeten het snoepgoed zo node missen. Ach, dan kunnen ze ’t soms ook niet overzien en moeten ze met de dichter zeggen: “Zeg waart gij, waart gij, dit jaar gehoorzaam vrind?” Dan zinkt hen de moed in de schoenen. Dat is nu zo wonderlijk; hun zakken zijn overvloeiende geweest van het snoepgoed, maar nu is alles op. Och, hadden ze nu één pepernoot, werkelijk al hun leed zou geleden en de wolken zouden opgetrokken zijn. Ze zijn zo stijl en diep afhankelijk van de diepe zakken van de goedheiligman. Dan kunnen ze het niet doen met een Sint die geweest is en liggen ze nachtenlang te klagen: “Zo ik de Pieten vergete, zo vergete mijn weegschaal zichzelven”.

Een halve Piet
Och dat is zo waar! En als zo’n arme tobber dan dreigt te moeten uithongeren, komen daar ook de boze aanklachten van DENK en BIJ1 nog bij. Want dan wordt alles in het werk gesteld om, zo het mogelijk ware, de Pieten af te schaffen. En daar blijft het niet bij. Ook in onze kringen zijn er helaas die menen het wel met een halve Piet te kunnen doen. Een stroopwafelpiet is ook mooi, stelt men. Zullen we er niet in meegaan? Ze zeggen wel van het Sinterklaasfeest te houden, maar we moeten vrezen dat het in hun hart niet recht ligt.

Ook in onze kringen zijn er helaas die menen het wel met een halve Piet te kunnen doen

En dan hebben het nog niet over wat er de laatste jaren is gebeurd rond ‘Dieselgate’ en de elektrificatie van voertuigen. Wat een waanzin heeft het mensdom bezet. Want nu doet men het voorkomen of men zich bekommert om het klimaat. Maar geliefden, doet zelf uw onderzoek! Ten diepste is het te doen om de stoomboot. We mogen wel vrezen voor wat komen gaat. Er kan een tijd komen dat de stoomboot verboden wordt. 

Dag Sinterklaasje, dag Zwarte Piet
We leven in een donkere tijd. Alles komt ertegenop. Ziende op onszelf en op Sylvana Simons en haar trawanten zal het niet gaan. Maar dat zal niet kunnen verhinderen dat het heerlijk feest der kleine vaten er ook dit jaar zal zijn. Waarom? Omdat zie ginds de stoomboot nog mag tuffen. Dat er, kon en mocht het zijn, onder de inwachting van vele Pieten, maar rijkelijk pepernoten in het rond mochten vliegen. Daar moet het naartoe en daar zal het op uitlopen! Dan gaat het zingen van binnen: “Dag Sinterklaasje, dag Zwarte Piet.” Óók in 2021.

Dit betreft een ingezonden meditatie, de schrijver is ambtsbroeder

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  1. Dat er velen ja kon en mocht het zijn, allen eens tot inkeer zouden komen, zodat we ook in de komende jaren onze zwarte Piet gedachtig mogen zijn. En men zou mogen bedenken dat deze rede, niet tot spotternij bedoeld is maar uit de enige humor. Die een mens ook lachende doet uitroepen: Zie ginds komt stoomboot!

  2. Ach hoe gelijk heeft Strenge Moeder, het besef: hoe dichter bij de grond hoe dichterbij het verbond is ver van ons weg komen te staan. Dat we ook naar van de hoed en de rand zouden weten, en ons veelvuldig op onze elektrische fiets naar de onderlinge samenkomst zouden spoeden terwijl de wereld feest viert!

  3. En dan te bedenken dat Sinterklaas een door een door Rooms en heidens feest is! Hoe is de waarheid, ook onder ons, tenonder gegaan! Wat is er overgebleven van de aloude leer der Reformatie?
    Laten we de oude palen toch niet verzetten en in matigheid onze loopbaan lopen. Kinderen verwennen is nergens goed voor, maar wie zijn zoon liefheeft, kastijdt hem!